Uitleg Effectieve Conflicthantering

Hier onder staat het originele bestand, met afbeeldingen:

depository/file/Beter%20omgaan%20met%20elkaar%20voor%20ouders.doc


Dit is de afgeleide van het originele bestand, zonder afbeeldingen:

Beter omgaan met elkaar

“Beter omgaan met elkaar bestaat uit: “Beter omgaan met ruzies” en de sociaal-emotionele kring.
Ruzie maken is niet erg. Als een kind ook maar weet hoe het een ruzie oplost. “Beter omgaan met ruzies” leert kinderen wat ze moeten en kunnen doen bij een ruzie. De sociaal-emotionele kring leert vooral kinderen hoe ze steeds prettigere met elkaar kunnen omgaan. Beide onderdelen horen onlosmakelijk bij elkaar. Het een kan niet zonder het ander.
Op de scholen die deze aanpak hebben, zien we een daling van 80% van het ruziegedrag op de speelplaats. Wat overblijft zijn de normale ruzies, waar kinderen van leren en die niet uit de hand lopen. 

  1. Beter omgaan met ruzies start op de speelplaats
Als de leerkrachten “Beter omgaan met ruzies” op de speelplaats goed kunnen uitvoeren, dan gaan ze ook afspreken hoe ze dit in de klas gaan doen. Sommige leerkrachten passen nu al regels toe van “Beter omgaan met ruzies” in de groep. Maar iedere leerkracht is daar nog vrij in.

Voordat “Beter omgaan met ruzies” is ingevoerd op school hebben alle kinderen en leerkrachten goed kunnen oefenen met de nieuwe gedragsregels. Dus uw kind kent nu alle regels. Behalve als een kind nieuw op school is, dan is er een oefenperiode afgesproken. Daarna gelden de regels ook voor het nieuwe kind.

2. Er zijn drie hoofdregels

1 De rode hoofdregel Deze regel gaat over prettig omgaan met elkaar.
2 De blauwe hoofdregel Deze regel gaat over de afspraken en regels die er zijn bij “Beter omgaan met ruzies”
3 De groene hoofdregel Deze regel gaat over de bijdrage die iedereen levert om de goede omgang met elkaar te verbeteren.

Dit zijn de enige regels die in kleur in de klas en in de aula hangen. Daardoor kan de leerkracht de kinderen helpen als ze er een vergeten zijn.

3. De rode hoofdregel

WIJ GAAN OP EEN PRETTIGE MANIER MET ELKAAR OM.

Dit is de belangrijkste regel op onze school. Bij alles wat kinderen of leerkrachten aanvoelen dat niet prettig is, kunnen we meteen de vraag stellen aan de ander: Is dit prettig? Op onze school gaan we er vanuit dat ieder kind daar goed over nadenkt en naar handelt.

3.1 Stoer gedrag
Er zijn kinderen die het stoer vinden om onprettig gedrag voor zichzelf goed te praten en het zelfs leuk te vinden. Wij leren deze kinderen te luisteren naar wat zijn groep en alle leerkrachten daarvan vinden. Is een kind daar niet vatbaar voor, dan maakt de leerkracht duidelijk wat we op onze school prettig en niet prettig vinden.

4. De blauwe hoofdregel

WIJ GAAN OP EEN CORRECTE MANIER MET ELKAAR OM.

Onder correct verstaan we de regels en afspraken die gelden op onze school om op een prettige manier met elkaar te kunnen omgaan.

4.1 De correcte regels

a Regel: zelfoplossen.                             Kinderen proberen eerste de ruzie zelf op te lossen 
                                                             (groene regel).
b Regel: Hulp-inroepen                            Lukt dit niet dat roept een van de kinderen de hulp 
                                                             in van de leerkracht.
c Verplichte meldregel                             Een kind dat geschopt, geslagen, geduwd of 
                                                             gespuugd wordt is verplicht dit te melden.

Toelichting
Vaak durven dit kinderen niet, omdat ze bang zijn dat het dan nog veel erger wordt. Door deze regel voorkomen we dat sommige kinderen een “slechte invloed” krijgen op andere kinderen.
Deze regel geeft ook aan dat we op onze school geen fysiek geweld toestaan. Het is de grootste overtreding tegen 1e hoofdregel: We gaan prettig met elkaar om.

d Haalregel                                                 Een kind dat zich meldt bij de leerkracht met een klacht 
                                                                 over en ander kind, moet dit kind gaan halen.

Toelichting
Kinderen die bang zijn van het ruziekind kunnen ook bang zijn om dit kind te halen. Omdat ieder kind dit moet, wordt het voor deze kinderen veel gemakkelijker om dit te doen. Verder let de leerkracht goed op hoe het gaat als een kind een ander kind gaat halen.

e Je-moet-komen-regel                            
Een kind dat door een kind gevraagd wordt om te komen,
                                                              moet ook komen.

Toelichting
Doet het kind dit niet dan volgt er een straf. Zie verder nummer 8.
Komt het kind niet mee, dan gaat de haler weer terug naar de leerkracht. De leerkracht vraagt het kind na schooltijd even te komen om dan te kunnen praten met het andere kind. Deze leerkracht gaat na de pauze naar de klas van het betreffende kind en zegt in de groep dat het kind straf heeft, omdat het niet is gekomen. Het kind moet verder na schooltijd komen om alsnog het gesprek met het andere kind te voeren.

f Regel: ruzie-klein-houden                        Bemoeiallen, meelopers en beschermers bemoeien zich 
                                                               niet met de ruzie van twee kinderen.

Toelichting
Deze regel zorgt ervoor dat de ruzie klein blijft. Dit geldt ook voor kinderen die familie zijn van de kinderen die met elkaar ruzie hebben. Zij bemoeien zich op school niet met de ruzie van hun broertje of zusje.

6. Het oplossingsgesprek (groen)

a De melder en de “ruziemaker”.                Het kind wat zich bij de leerkracht meldt, noemen we de melder. 
                                                               Het andere kind noemen we de “ruziemaker”. Wel opletten dat we 
                                                               niet echt weten of dit de ruziemaker is, vandaar “ruziemaker”.
b De gespreks-driehoek.                           De kinderen staan tegenover, maar niet te ver van elkaar. De 
                                                              leerkracht staat op de punt van de gespreksdriehoek om te 
                                                              helpen als het nodig is bij het gesprek.

Op deze manier gaan kinderen en leerkracht nu vanzelf staan bij ieder gesprek over een ruzie.

c De melder begint                                          De leerkracht vraagt aan de melder om:
                                                                            - de ander aan te kijken 
                                                                            - de naam van de “ruziemaker” te noemen
                                                                            - en de waarom-vraag te stellen

Bijvoorbeeld:
"Peter, waarom sloeg jij mij?"

d De “ruziemaker” antwoordt                         Bijvoorbeeld: Achmed, jij trok een gek gezicht naar mij!

e De tegenvraag                                              De ruziemaker stelt nu een tegenvraag:

In dit voorbeeld:
Achmed, waarom trok jij een gek gezicht naar mij?

f Vraag en antwoordketting                            Nu ontstaat een vraag- en antwoordketting, waardoor het in
                                                                  de meeste gevallen duidelijk wordt wat er aan de hand is.

g Het geven van straf                                      Alleen als het duidelijk is, dat er bepaalde schoolregels 
                                                                   overtreden zijn, volgt er straf. Zie verder no 8.

h Waarheidsvinding                                        Het is voor een leerkracht niet altijd mogelijk om de 
                                                                    waarheid te vinden. Vooral als er sprake is van een 
                                                                    “wellis-nietes-ketting. Met behulp van het logboekje 
                                                                    sporen we wellis-nietes-kinderen op.

i Logboekje                                                    Veel belangrijker is om op te sporen welke kinderen 
                                                                     telkens bij ruzies betrokken zijn. Daarom schrijven 
                                                                     we elke ruzie heel beknopt op in het 
                                                                     logboekje. 
                                                                     Als een kind drie keer bij een ruzie betrokken is 
                                                                     gaat de conflictleerkracht (zie no. 7) na wat er 
                                                                     aan de hand is.

Het logboekje is geen strafboekje, want er komen ook kinderen in die niets gedaan hebben. Het logboekje zorgt er dus voor dat kinderen niet zomaar de schuld krijgen van iets wat ze niet gedaan hebben.

7. De conflictleerkracht
De conflictleerkracht is een meester of juf, die als taak heeft om te zorgen dat “Beter omgaan met ruzies” door iedereen goed wordt uitgevoerd en dat er met kinderen die vaak ruzie hebben op de speelplaats gepraat wordt. De conflictleerkracht lost dus nauwelijks ruzies op, dit doen de leerkrachten op de speelplaats.

7.1 De conflictleerkracht leest het logboekje
Een van de taken van de conflictleerkracht is het lezen van het logboekje. De conflictbegeleider spoort kinderen op met het volgend opvallend gedrag.
  • veel wellis-nietis-gedrag
  • veel scheld-gedrag
  • veel ruzie-gedrag
De conflictbegeleider gaat met deze kinderen praten en helpt deze kinderen om dit gedrag te veranderen.

7.2 Uitlaatklep
Als uw kind vindt, dat het onrechtvaardig behandeld wordt door een meester of juf, dan mag het naar de conflictleerkracht gaan. Deze leerkracht luistert altijd naar uw kind en gaat na of de regels van “Beter omgaan met ruzies” goed zijn toegepast.

8. Straf
Bij “Beter omgaan met ruzies” is het voor iedereen duidelijk wanneer kinderen straf krijgen. Daardoor zorgen we ervoor dat er rechtvaardig gehandeld wordt door iedereen. De kinderen krijgen alleen straf als ze bepaalde schoolregels overtreden hebben.
We hebben twee soorten straffen: een lichte en een zware straf.

8.1 Lichte straf: de time-outplek
Als een kind een ander uitscheldt dan volgt een gesprek en geen straf. Wel wordt dit opgeschreven in het logboekje om te kijken of er in de toekomst sprake is van hardnekkig scheldgedrag.

8.2 Straf gegeven door de leerkrachten op de speelplaats
Hoe lang een kind op de time-outplek staat is aan de leerkracht. Als de speeltijd om is gaan kinderen als ze nog op de time-outplek staan naar binnen. Een kind dat volgens de leerkracht te kort op de time-outplek heeft gestaan, haalt deze straf de volgende dag in de morgenpauze in. Dit staat in het logboekje zodat iedere leerkracht op de speelplaats dit weet. Elke leerkracht die toezicht heeft kijkt eerst op de eerste blz. van het logboekje om te kijken of er iets belangrijks staat.

Op de time-outplek
1 Bemoeiallen

2 Uitschelden van iemand met lichamelijke handicap.
Dit vindt de school een ernstige overtreding en dit wordt gevolgd in het logboek als het vaker voorkomt.

3 Discriminerende opmerkingen.
 Dit vindt de school eveneens een ernstige overtreding en dit wordt in het logboek voor ieder kind ook
gevolgd als het vaker voorkomt.

4 Bij lichamelijk geweld.
Hierbij volgt altijd straf, omdat de school geen lichamelijk geweld toestaat.

8.3 Straf van de conflictleerkracht voor kinderen met opvallend gedrag
De conflictleerkracht praat met kinderen die in het logboekje opvallen en helpt hen om dit te veranderen. Dit noemen we een patroon. Als er geen verbeteringen zijn, kan de conflictleerkracht voor een bepaalde periode bepalen dat een kind zijn rechten verliest.

5 Patroon: welles-nietes-gedrag.
Bij het weer ontkennen van iets gedaan te hebben bij een ruzie, toch naar de time-outplek.

6 Patroon: scheldgedrag.
 Bij scheldgedrag voor een bepaalde periode meteen naar de time-outplek.

Belangrijke opmerking:
De conflictleerkracht bepaalt dit dus en schrijft dit op de eerste bladzijde van het logboekje, zodat iedere leerkracht met toezicht meteen op de hoogte is. De conflictleerkracht zorgt er ook voor dat na enkele dagen de maatregel wordt opgeheven. Dit gebeurt pas na een positief gesprek met het betreffende kind.

8.4 Een kind met veel ruziegedrag
Hier gaat de conflictleerkracht samen met het team en eventueel met deskundige hulp van buiten af intensief mee aan de slag. Het kan zijn dat voor zo’n kind speciale sociaal-emotionele training nodig is.

8.5 Zware straf
Bij zwaar lichamelijk geweld moet een kind nablijven bij de eigen leerkracht. De ouders van dit kind worden op de hoogte gesteld door de leerkracht van het betreffende kind.

9. Buitenschoolse ruzies

9.1 Uw kind moet zich weerbaar opstellen
Als uw kind buitenschooltijd wordt lastig gevallen door een ander kind, dan is het belangrijk dat het zich weerbaar opstelt. Dit betekent in de praktijk niet bang zijn en als het nodig mocht zijn zich ook verdedigen. Ook hard wegrennen, kan een mogelijkheid zijn. We praten met de kinderen daarover in de sociokring.

9.2 Melden bij de conflictleerkracht
Heeft uw kind buiten schooltijd last van een kind en kan het dit niet oplossen, dan meldt het zich bij de conflictleerkracht. Deze gaat altijd een gesprek aan met beide kinderen. Daaruit volgen altijd duidelijke afspraken. Blijft een ruziezoeker toch volharden, dan volgen er weer verdere stappen. In de praktijk blijkt dit nauwelijks nodig te zijn, omdat er nu sprake is van meer sociale controle op school en in de wijk door de school.

9.3 Telefonisch melden van de ouder
Soms durven kinderen buitenschoolse ruzies niet te melden, omdat de kinderen bang zijn dat het nog erger wordt. De school heeft echter een duidelijk standpunt: zij komt op voor het kind dat lastig gevallen wordt en helpt de dader om dit niet meer te doen. De school stelt zich in deze actief op.
U kunt helpen door uw kind te stimuleren naar de conflictleerkracht te gaan of het tegen de eigen leerkracht te vertellen. Helpt dit niet, dan brengt u de conflictleerkracht telefonisch op de hoogte. Op school verschijnen naar aanleiding van buitenschoolse ruzies, kan nadelige gevolgen hebben voor uw kind. De daders zien dit als het erbij halen van ouders. Dan kan het pesten verder uit de hand lopen. De school heeft mogelijkheden om daar op een juiste manier mee om te gaan, maar ze moet dan wel van u weten dat er iets aan de hand is.

10. De sociaal emotionele kring
Beter omgaan met elkaar bestaat uit: “Beter omgaan met ruzies” en de sociaal-emotionele kring ook wel de sociokring of seo-kring. Deze twee zaken hangen nauw met elkaar samen. De sociaal-emotionele kring zorgt ervoor dat kinderen uit zichzelf plezieriger met elkaar omgaan. De sociale emotionele kring is het goud van “Beter omgaan met elkaar”

10.1 Tijdstip
Alle groepen hebben op hetzelfde tijdstip de kring. Dit is meestal vrijdags na de morgenpauze. Het is belangrijk dat u het tijdstip weet van de school. Hetzelfde tijdstip van de kring heeft als voordeel dat het niet door school vergeten wordt en dat u beter in staat bent met uw kinderen daarover te praten. U kunt bijvoorbeeld uw kind helpen om iets te bespreken in de kring.

10.2 Geen bespreking van individuele ruzies
In de kring worden geen ruzies besproken. Dit is niet nodig omdat alle ruzies al besproken en opgelost zijn. Men bespreekt thema’s zoals: eerlijk spelen, wie mag meedoen en wie niet etc.

10.3 Start van een kring: Wat ging goed
Een kring start altijd met de vraag van de leerkracht: Wat ging goed deze week? Dit heeft als voordeel dat iedereen daar goede zin van krijgt. Daarbij gebruikt de leerkracht het verbeterbord. Op dit bord staan zaken die de kinderen de vorige keer hebben opgeschreven om te verbeteren. Meestal gaat zeker iets goed en zijn de kinderen daar trots op.

10.4 De gouden doos
Dat wat op het verbeterbord staat en goed is gegaan wordt op een strook papier geschreven en in de gouden doos gedaan. In deze doos zitten de “socialiseringsschatten” van de groep. En deze zijn zeer belangrijk! Kijkt u samen met uw kind maar eens af en toe in de gouden doos.

10.5 Wat kan beter
Daarna gaan de kinderen samen na wat beter kan. We noemen dit een thema. Ook de leerkracht bedenkt een thema. Deze worden daarna op het verbeterbord geschreven. Er zijn hoogstens drie thema’s: twee van de kinderen en een van de leerkracht. Kijk maar eens op het verbeterbord van de groep van uw kind.

10.6 We zijn de besten
Daarna vieren de kinderen samen hoe fijn ze het hebben. Dit kan zijn met behulp van een yell of een lied. Dit is heel belangrijk om de saamhorigheid te vergroten.

11. Het sociobord
Het belangrijkste sociaal-emotionele thema in elke groep is: Iedereen hoort erbij, iedereen speelt mee. Met het sociobord kunnen we dit voor kinderen grijpbaar maken.
Het sociobord is een bord met magneetjes waarop de naam of de foto van de kinderen van de groep staan. Regelmatig schuiven de kinderen de magneetjes bij elkaar om aan te geven welke kinderen met elkaar gespeeld hebben. In de kring praten de kinderen met elkaar hoe het gegaan is. Is er in een groep ruzie dan kan dit besproken worden en kunnen de andere kinderen hierbij helpen. Ook kinderen die alleen staan vallen meteen op. Er wordt door iedereen actief gezocht hoe deze kinderen kunnen meedoen (groene regel).

12 De Persoonlijke OK-thermometer

12.1 De OK-thermometer voor ieder kind
Elke maand stelt iedere leerkracht, die in de groep van uw kind les geeft, de volgende vragen:
Hoe was de sfeer in jouw groep?
Hoe voel je jezelf in de groep?
Hoe prettig vind je de omgang met mij?

De kinderen geven hun antwoord met behulp van drie thermometers.

De leerkracht vraagt ook of het kind lastig gevallen wordt door andere kinderen.
De afspraak is dat als de score onder de 6 is er altijd een persoonlijk gesprek is met uw kind, om na te gaan wat er aan de hand is en wat verbeterd kan worden.

12.2 De OK-groepsthermometer
Dit is een thermometer die in de klas hangt en waarop de kinderen regelmatig samen nagaan hoe de sfeer in de groep is. Met behulp van een magneetje kunnen de kinderen snel de score bepalen. De OK-groepsthermometer is een krachtig en leuk middel om de groep te motiveren tot prettig gedrag.

Toelichting

Het groepsdynamisch onderwijs (GDO©) is een antwoord op de nadelige gevolgen van een te ver doorgevoerde individualisering in het basisonderwijs. Verruwing van het omgangsklimaat kan daar een gevolg van zijn.
“Beter omgaan met elkaar” is op sociaal-emotioneel gebied een antwoord daarop en vormt een onderdeel van het gdo-sociowiel© .
Groepsdynamisch onderwijs werkt met harde resultaten. Als leerkrachten “Beter omgaan met ruzies” en de gdo-kring© correct toepassen, dan is minimaal 70% minder conflicten op de speelplaats in een redelijke korte tijd voor iedere school haalbaar.

© 2008 drs. Willem Mennen: GDO: Beter omgaan met elkaar©
Dit is ouderinformatie die hoort bij de presentatie: “Beter omgaan met elkaar”.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval system worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

KALENDER

LAATSTE NIEUWS

  • Welkom op de nieuwe website

    De school begint weer bijna (6 September 2010) en ook dit jaar hopen wij u weer vaak op onze site te kunnen ontvangen, zodat we u op de hoogte kunnen houden van alle laatste nieuwtjes en aankomende activiteiten. 

     Op deze site kunt u allerlei informatie vinden over onze brede school. Tevens vindt u hier een link naar de externe instanties waarmee wij nauw samenwerken.